Homepage

© Copyrights / Auteursrechten

© Copyrights / Auteursrechten

© Copyrights / Auteursrechten

© Copyrights / Auteursrechten

© Copyrights / Auteursrechten

 

 

© Klik gerust zachtjes op zijn neus om Jelle Bouma een e-mail te sturen © Klik gerust zachtjes op zijn neus om Jelle Bouma een e-mail te sturen © Klik gerust zachtjes op zijn neus om Jelle Bouma een e-mail te sturen

 

De laatste dag uit het studentenleven

 

Eigenlijk zou ik me nu geweldig goed moeten voelen. Het zit erop. Jarenlang van tentamen naar tentamen hollen. De druk van de tempobeurs in mijn nek. Ineens is het voorbij, heb ik meer dan genoeg studiepunten. Vanmiddag is die langverwachte bul uitgereikt. En is de druk weg. Helemaal weg. Ik heb het diploma, maar ben mijn studentenleven kwijt.

Onbegrip
Het is druk in het sobere restaurant in Groningen. Obers lopen af en aan met borden. Aan het andere uiteinde van de tafel zitten mijn pa en ma te stralen. Hun zoon heeft geblokt en gekregen. Tegelijk lachen ze me toe. En begrijpen me niet. Een serveerster ruimt mijn lege bord af. Als in een waas hoor ik wat ze tegen me zegt. Hoe vaak zou zij het zinnetje "was alles naar wens" in haar leven opdreunen? Hoe vaak zou zij haar gemaakte glimlach laten zien in de hoop klantvriendelijk over te komen? Ik probeer ook een glimlach op te zetten en gelukkig te lijken. De studie is voorbij. Afgestudeerd aan een goede universiteit. Met eindcijfer negen. Maar ik voel me een stuk minder gelukkig dan bijvoorbeeld een jaar geleden.

Vroeger
De mooiste tijd uit mijn leven begon toen ik als nuldejaars mijn nieuwe studentenstad ging verkennen. Voor het eerst op kamers, voor het eerst zelf koken. Dat laatste is nooit echt van de grond gekomen. De rest gelukkig wel. Een miniscule teleurstelling, uitloting voor Bedrijfskunde, kon daar helemaal niets aan af doen. Die studie had ik juist zo graag gewild. Het werd Economie. Juist dankzij die uitloting, is het volgende allemaal in gang gezet.

Erin gerold
Ik was niet extreem gemotiveerd voor Economie, vooral omdat ik van plan was om het volgende jaar weer mee te loten voor Bedrijfskunde. Dus leek het me prachtig om er eens iets bij te gaan doen. Dat werd de EerstejaarsCommissie Economie (EJC), die zich bezighield met studenteninspraak. Wekelijks moesten we onze bevindingen presenteren aan de Economen Unie (ECU), het was logisch dat ik daarvan lid werd. Aan het einde van het studiejaar vroeg een bestuurslid van de ECU aan mij, of ik zin had om coŲrdinator (voorzitter) te worden van de commissie. Ik moest mijn eigen eerstejaars leden zoeken. Het leek me leuk! De werving voerde ik iets te voortvarend uit, met vele folders en dito promotiepraatjes voor grote collegezalen. Voor ik het wist zat ik met vijftien mensen in 'mijn' commissie. Op zich geen probleem (het was wel gezellig) maar de grote groep vertraagde de besluitvorming wel enigszins.

Uitgekozen
In het tweede jaar pakte de loting voor Bedrijfskunde gunstiger uit. Ik werd ingeloot, speelde een jaar dubbelstudent, om vervolgens bewust definitief voor deze studie te kiezen. Het betekende echter niet het einde van mijn activiteiten bij Economie. In 1991 organiseerde de ECU de verkiezingen voor de "Faculteitsraad der Economische Wetenschappen". Deze raad regelde de wettelijke inspraak van studenten in de universiteit, op democratische wijze. Ik stelde me kandidaad, in de wetenschap dat er velen met mij waren. Sprakeloos was ik, toen het bestuur mij opbelde met de mededeling dat ze mij, na lang beraad, op een verkiesbare vierde plaats op de lijst hadden gezet. Of ik daar bezwaar tegen had? "Eh, neuh" moet ik hebben geantwoord. Met de slogan "inspraak, een goede zaak" kwam de Economen Unie aan vijf zetels in de raad. En ik erin. Om niet als groentje aan te treden ben ik snel studentlid geworden van de Studie Richtingen Commissie (SRC), een overlegorgaan binnen de faculteit. Dit heb ik bewust gedaan om me de bestuurlijke materie meer eigen te maken. En passant leek het me gewoon leuk mijn schoolkrantervaring uit te breiden. Ik werd redacteur van Ecco magazine, een soort personeelsblad van de faculteit. Tenslotte nam ik namens de ECU deel aan het Landelijk Economen Overleg (LEO). Enorm leerzaam.

Resultaat
Tegen de verwachtingen van mijn ouders in, leken mijn studieresultaten evenredig te verbeteren met de toename van mijn aantal bijbaantjes. In mijn ogen zou ergens een optimum moeten zijn, waarna de drukke bijzaken de hoofdzaak moesten verdrukken. Ik heb er mijn gehele studententijd naar gezocht, om de balans tussen de hoeveelheid leuke bijbaantjes en de voortgang van de studie zo optimaal mogelijk te kiezen. Met trots kan ik zeggen: dat is gelukt.

Inspraak
Terug naar '91. Door het werk voor de Faculteitsraad kwam ik regelmatig mensen tegen van de Universiteitsraad. Dat was het overkoepelende inspraakorgaan voor de gehele universiteit. Twee verenigingen zwaaiden daar de scepter: het Studenten Overleg Rijks Universiteit Groningen (SORUG) en de Groninger Universitaire Kiesvereniging (GRUNK). De laatste vroeg me te solliciteren naar een plaats op haar verkiezingslijst. Zo gezegd, zo gedaan. Van alle zestig kandidaten, werd ik als vijfde op de lijst geplaatst. Uitstekend uitgangspunt, gezien het feit dat deze 'partij' in het verleden steeds vijf zetels had gekregen. Verkiesbaar! Maar, de tellingen vielen tegen. Weliswaar won de GRUNK (ze kreeg meer stemmen dan de SORUG), maar de vijde zetel verviel. Daar ging het uitzicht op mijn leuke bijbaan. Na beraad bood de GRUNK een bestuurszetel aan, als secretaris, voor een jaar.

Initiatief
In die periode heb ik vanuit de GRUNK een aantal initiatieven genomen. Enerzijds speelde in die tijd landelijk de discussie, of een verplichte Openbaar Vervoer Studentenkaart moest worden ingevoerd, of niet. Wij hebben belangrijke mensen van de Nederlandse Spoorwegen, het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf en de OV Studentenkaart BV tegenover elkaar gezet en met stellingen gevoed. Dat leverde een boeiend schouwspel op met argumenterende betrokkenen. Gedurende mijn bestuurstijd hebben we ook minister Ritzen van Onderwijs en Wetenschappen naar Groningen gehaald voor een rechtstreeks debat met studenten over zijn immens impopulaire beleid. Om heel eerlijk te zijn, vind ik het nog steeds stijl van die kerel. Dat hij dat durfde, in het hol van de leeuw.

Fusieperikelen
Gedurende de bestuurstijd verbaasde het mij sterk, dat de GRUNK eigenlijk niet veel anders deed als de tegenhanger, SORUG. Na het maken van een plan voor de lange termijn strategie van de vereniging, besloot ik samen met twee andere 'dissidenten' een voorstel in te dienen om beide verenigingen te laten fuseren. Het plan veroorzaakte een schokgolf binnen de vereniging. Het kostte maanden van intensief lobbyen, voordat eerst de mede-bestuursleden en daarna ook de leden onze visie deelden. Maar daarmee waren we er nog lang niet. Op het moment ik het initiatief bij de SORUG uit de doeken deed, werden wij uitgehoond met de woorden: "echt niet!" Lange tijd bleef weerstand bestaan. Verrast was ik, toen ik drie jaar later werd ik opgebeld met de mededeling dat het plan was uitgevoerd. De gefuseerde vereniging heet nu Studenten Fraktie Groningen (SFG). Ik had er niet meer op durven hopen.

Perspubliek
De belangstelling van de pers was uiteraard groot, zowel bij de fusieperikelen, als de debatten met landelijke grootheden. Bijna wekelijks sprak ik met journalisten. Op een bepaald moment riep ik eens tegen iemand van de Studentenkrant, dat ik ook ervaring als journalist had, vanuit Ecco magazine. De sfeer was meteen gezet. Vervolgens vroegen ze me of ik voor de krant wilde werken. Ach, waarom niet? Mijn allereerste artikel, met rechtstreeks nieuws van minister Ritzen, haalde de voorpagina. De journalistiek smaakte uitstekend. Eigenlijk vond het nog leuker dan het bestuurlijke werk. Ik solliciteerde meteen ook maar bij Markant magazine, een blad van de Marketing Associatie Rijks Universiteit Groningen (MARUG) en werd prompt aangenomen. Als vakantiebaantje gedurende de zomer greep ik ook nog de kans aan om tijdelijk redacteur te worden van de KEI krant, een dagblad van de Kommissie Eerstejaars Introductie Groningen. Dat werd flink zweten. In die periode is mij zelfs verweten dat ik over artikelen praatte in mijn slaap. De balans begon teveel door te slaan. Ik ben direct drastisch met de meeste baantjes gestopt.

Onverbeterlijk
Maar ja, zo langzamerhand wisten velen dat ik een drukke baas was die beschikte over... vrije tijd. De tegenhanger van de Studentenkrant, de Universiteitskrant (UK), kwam met een voorstel voor een baantje als Medewerker Opinie. Waarom ik het erbij nam, weet ik niet meer, misschien was het de compleet andere insteek die daar moest worden gekozen in artikelen. Ik kreeg namelijk de opdracht om extreme stellingen neer te zetten. Ik mocht ze louter met pro-argumenten onderbouwen. Niets contra. In het volgende nummer werd dan een stuk geplaatst van een tegenstander. Het was een bijzondere uitdaging. Ik wilde graag vernieuwen. Voor de Studentenkrant ben ik in dezelfde periode een soapserie gaan schrijven, die verrassenderwijs een vast en enthousiast lezerspubliek genereerde. Ik deed alles wat ik leuk vond, probeerde al m'n rare ideeen gewoon uit te voeren. En gezien de reacties sloeg het aan.

Bestuurlijk
In diezelfde periode kwamen er bestuursfuncties vrij bij de MARUG, de uitgever van onder andere Markant magazine. Dat leek mij wel wat, aangezien het een grote vereniging betrof met uitstekende contacten in het zakenleven en een solide financiŽle basis. Gedurende de sollicitatieperiode kreeg ik een tweede aanbod voor een bestuursfunctie van de Stichting Studentenkrant. De financiŽle positie daarvan was ongeveer het tegengestelde, dus weigerde ik categorisch. Bij de MARUG namen ze me aan in de dubbelfunctie van vice-voorzitter en penningmeester. Door de grote geldelijke armslag konden veel grotere projecten worden opgezet dan ik bij alle andere verenigingen gewend was. Echter, er moest wel steeds voor worden gezorgd dat alle evenementen voldoende gesponsord werden. Vereende krachten lieten het lukken. Na afloop van de bestuurstijd bij de MARUG werd ik gevraagd voor een bestuursfunctie bij de ondernemersvereniging Thinktank. Deze was voornamelijk gericht op jonge, afgestudeerde academici met een eigen bedrijf. Maar aan beide laatste eisen voldeed ik niet. Vereerd maar verwonderd bedankte ik.

Overheid
In de tussentijd kwam ik nog regelmatig mensen van de SORUG en GRUNK (SFG) tegen. Enkelen opperden toen het idee om een gemeenteraadspartij te gaan oprichten in Groningen. Ze kwamen aanzetten met het plan om participatief vanuit de gemeentelijke politiek de belangen van studenten te behartigen. Niet als protestpartij, maar om een steentje bij te dragen aan onze stad. Enkelen hebben dat idee verder uitgewerkt. Het resulteerde in Student & Stad, lijst 11. Papier is prachtig, maar uitvoeren is een tweede. We zijn in het diepe gesprongen en hebben alles in werking gesteld wat we konden bedenken. In korte tijd moest aan alle bureaucratische voorwaarden worden voldaan en een compleet programma in elkaar worden gedraaid. Aansluitend volgde de verkiezinsstrijd. Onze inzet was gericht op minimaal een zetel. Wonderwel werkte het nog ook. Op radio Noord werd burgemeester Ouwerkerk korte tijd overschreeuwd, nadat hij bekend had gemaakt dat onze zetel verzilverd was. Vier jaar later bleken de kiezers ons nog niet te zijn vergeten en de winst gecontinueerd. Vrij snel na de eerste verkiezingen ben ik opgestapt als actief lid, omdat ik het te druk kreeg met andere activiteiten. Mijn pionierswerk zat erop.

Bedrijfsleven
Het idee voor een eigen bedrijf bleef mij sinds het Thinktank aanbod bezighouden. Ik wist dat het mogelijk was om een fusie te bewerkstelligen en een gemeenteraadspartij op te richten, waarom zou een eigen bedrijf niet lukken? Op het moment dat mijn toenmalige vriendinnetje de verkering uitmaakte, vond ik dat ik toch vrije tijd genoeg had om de sprong in het diepe te wagen. Ik geef toe dat het een vreemde oorzaak-gevolg relatie was, maar deze aanleiding vormde wel het cruciale duwtje in mijn eigen rug. Ook de bedrijfstak was snel gevonden. Ik wist dat ik iets compleet anders wilde, van de voorgaande dingen wist ik van mezelf dat ik het kon. Nu moest en zou ik iets compleet nieuws opzetten. Voor vrienden en kennissen had ik al meermalen computervirussen onschadelijk gemaakt. Ik wilde wel eens kijken of daar een markt voor zou zijn. Bij de Kamer van Koophandel bleek in het Noorden nog geen ander bedrijf op die gedachte te zijn gekomen. Iemand van de Kamer noemde mijn idee letterlijk: "Een gat in de markt." Ik als monopolist, het leek een prachtig uitgangspunt. Toch nog even met de Belastingdienst gebabbeld in verband de fiscale consequenties. Daar werd mij onomwonden medegedeeld dat ik er niet aan moest beginnen, met als reden (letterlijk): "omdat alle studentjes die een eigen bedrijf willen beginnen, toch failliet gaan." Mijn eigenwijsheid gaf de doorslag, nadat het positieve en het negatieve advies elkaar in evenwicht hielden. COMsultation.COM werd geboren. De kennis kreeg ik gaandeweg. Want ondanks wat ik in het begin dacht, wist ik nog helemaal niet zoveel. Ik adverteerde met een telefoonnummer, waarop virusproblemen gemeld konden worden. Dat liep zwaar uit de hand. Mensen gingen bellen en vertellen: "mijn computer doet het niet". De meest uiteenlopende automatiseringsproblemen kwamen op mijn bord terecht. Met de hulp van anderen kon ik het hiaat uiteindelijk oplossen.

Achteraf
Mijn studententijd kan ik dan ook omschrijven met een woord: Grandioos. Niet zozeer vanwege de boeken of de studie zelf (alhoewel die ook zeker de moeite waard waren), maar vooral vanwege al die uiteenlopende nevenactiviteiten. In korte tijd kon ik op diverse plaatsen zo ongelooflijk veel zien, meemaken, kennis opdoen! Achteraf verbaas ik mezelf erover dat het mogelijk is geweest om een studie af te ronden en tegelijkertijd zoveel te doen. Al die activiteiten leven voort in de herinneringen van de personen met wie ik heb samengewerkt. Zonder hun inzet had ik dit nooit kunnen bereiken. Ik heb zoveel mensen leren kennen, waaronder mijn echte vrienden voor het leven.

Vrolijk
Plotseling schrik ik op uit mijn gepeins. Mijn broer heeft blijkbaar een goede grap verteld, want de hele tafel brult van het lachen. Ik weet wat mij zo triest maakt: het rijke studentenleven is voor altijd afgelopen. In de toekomst wil ik streven, om zoveel mogelijk dingen te blijven doen die ik echt leuk vind. Dit is het uitgelezen moment om vooruit te denken. Met die gedachte is ook dat vervelende gevoel weg, van tijdelijke treurigheid.

 

Auteur: Jelle Bouma

24 jaar
© Copyrights / Auteursrechten
© Copyrights / Auteursrechten
© Copyrights / Auteursrechten
© Copyrights / Auteursrechten
© Copyrights / Auteursrechten
Start Copyrights Disclaimer Login Contact